historische site van het hooy kaye
museum
| |
|
|
Het hooy kaye museum is gevestigd in het enige
overblijvende 17de eeuws pakhuis van de oude
Brusselse haven. De kaai waar het museum zich
bevindt werd oorspronkelijk Hooy kaye genoemd.
In 1816, onder Napoleon, veranderde de naam in
Quai aux Pierres et Marbre en wijzigde vervolgens
in 1835 in Quai aux Pierres de Taille et Marbre,
en verkreeg daarna in 1869 uiteindelijk de verkorte
huidige naam Arduinkaai/Quai aux Pïerres
de Taille.
De Hooy kaye vindt zijn oorsprong in het feit
dat het toenmalig bestaand dok van Brussel de
toenemende instroom van goederen niet meer kon
handhaven. Op 10 mei 1639 werd een vastgoedovereenkomst
gesloten tussen de Administratie van het Kanaal
en een vrijmetselaar Henri Faye. Deze laatste
ging zelfs verder en voorzag twee bijkomende
dokken voorzien van de nodige bruggen en kaaien, één
op de Begynen Weyde (alias den Guillielmus) en
een andere op de Begynen Vyver (eveneens gekend
als de Mestback).
|
|
|
Voor
de uitbreiding van de haven
had de stad Brussel grasweide
van het Begijnen ziekenhuis
voor een annuïteit van
1.300 florijnen opgekocht,
een transactie die goedgekeurd
werd door de aartsbisschop
van Mechelen in December 1639.
De Begynen Vyver, de werf naast
de Mestback en enkele percelen
land gelegen aan de stadsmuur,
werden door de Administratie
van het Kanaal toevertrouwd
aan Faye. Als betaling ontving
Faye een levensrente van 1.500
florijnen en het recht om pontpenningen
gedurende een periode van 39
jaar te eisen van elkeen die
een huis rondom de nieuwe dokken
wou bouwen. Als tegenprestatie
moest Henri Faye de Begynen
Weyde afkopen van de stad voor
22.000 florijnen en enkele
af te breken huizen.
Het resultaat was een gloednieuwe
bruisende buurt in dewelke
de Mestback was verborgen door
een reeks van huizen die tot
de Vaartpoort reikte. Het Hooy
dok (in de 19e eeuw Bassin
de l’entrepôt)
zelf bestond uit twee kaaien
die beide de naam Hooy kaye
hadden. Op de kaart van Brussel,
gemaakt door Joan Blaeu omstreeks
1649, kon men op deze plek
reeds bouwactiviteiten opmerken.
Het zou zelfs kunnen dat het
pakhuis waarin het museum is
gehuisvest reeds op dat ogenblik
bestond.
De bouwactiviteiten namen gestadig toe en zelfs in zulke mate dat in 1661 de
stad het de moeite vond om het privilege van pontpenningen terug te kopen van
Gilles Michiels, de tweede man van Henri Faye’s weduwe.
Culturele activiteiten
in het verleden en nu
Henri Faye had nooit
kunnen vermoeden dat zijn nieuwe
buurt een ideaal kader zou
vormen voor andere activiteiten
dan louter de invoer van goederen.
Reeds in 1682 werd in één
van de hooi pakhuizen op de
Hooy kaye een opera gehouden
geïnitieerd door een Italiaan
Petrucchi en een Belg Fariseau.
Het werd een groot succes en
gefrequenteerd door een select
publiek tot aan de opbouw van
de Muntschouwburg in 1700.
Een douanehuis voor de haven
werd eveneens voorzien tijdens
de Oostenrijkse periode in
1780 op de site van de beestenmerckt.
Tegen 1847 werd het gebouw
gebruikt als arsenaal voor
het Brusselse garnizoen om
uiteindelijk in 1882 het huidige
Koninklijke Vlaamse Schouwburg
te huisvesten.
Renovatie en doelstelling
Het pakhuis was in
verregaande staat van verval
en praktisch onherkenbaar toegetakeld
toen de renovatie startte in
2000. De voorgevel was volledig
verknoeid met cement en bijna
alle vensters en deuren waren
toegemetst met 19e eeuws metselwerk.
Erger nog, het dak was vervangen door lekkend golfijzer, de dakgoot was bedekt
met verschillende lagen zink en pek en creëerden als dusdanig een vochtige
omgeving ideaal voor de aanmaak van schimmel en verder verval.
De vloer was volledig versleten
en bedekt met cement waardoor
het gehele houten dak en vloerenstructuur
onherroepelijk waren vervormd.
Een algehele renovatie drong
zich op.
Reeds bij het begin van de
renovatie werd het idee voor
de creatie van een museum geopperd
evenals een opslagruimte en
archief. De initiële renovatieplannen
werden opgesteld door binnenhuisarchitecte
Suzon Ingber. Het hedendaagse
architecturale concept van
het gebouw evenals het meubilair
zijn ontwerpen van de hand
van beeldend kunstenaar Oliver
Kruse.
Het hooy kaye museum is een vzw die werkt op basis van privé middelen
met als voornaamste doelstelling het ontwikkelen en promoten van tentoonstellingen
van hedendaagse en antieke kunst zonder beperkingen. In het algemeen zal het
museum diverse culturele activiteiten organiseren waarbij in ruime mate interactie
met kunstenaars wordt beoogd.
Dr Alain Missorten
|